HET VERHAAL
De Käsemeister
Diep in de Oostenrijkse Alpen, waar de weiden in de zomer kleuren van korenbloem en goudsbloem, werkte de Käsemeister.
Hij zag wat anderen over het hoofd zagen: dat de wilde bloemen tussen het alpengras meer waren dan decoratie. Op een dag legde hij zijn kaas te rijpen in het gedroogde hooi van de bergweide.
De zachte, kruidige aroma's van de weidebloemen trokken diep in de kaas. Een smaak die niet bedacht kon worden, alleen ontdekt.
Generatie na generatie werd het ritueel verfijnd. De juiste bloemen. Het juiste moment van oogsten. De juiste maanden van geduld.
De Käsemeister wist: de beste kaas maakt zichzelf niet. Ze wordt gemaakt door de natuur. Hij geeft haar alleen de tijd.